Voor de zomervakantie was ik in gesprek met Pauline den Burger (Pauline den Burger Coaching). Ik vertelde haar dat ik na de zomervakantie 2 dagen les ga geven aan een HB klas. Van haar kreeg ik 2 boekentips om mijn beeld van goed HB-onderwijs verder te kunnen verdiepen.
Een van de boekentips was: “Uitdagend onderwijs aan begaafde leerlingen,” (Els Schrover, 2015). Dit zou volgens Pauline een handleiding zijn om goed les te kunnen geven aan deze doelgroep.
Daarnaast heb ik een collegiaal overleg gehad met Joke van Grootveld (IPC- Heuvelrug). Met haar had ik het over projecten als IPC (International Primary Curriculum) waarbij gewerkt wordt met zaak- en creatieve vakken. Waarbij ruimte is om meerdere vakken en kennis met elkaar te verbinden. Ook hadden we het over vakbladen als Gifted, Talent en het boek Grej of the day.
Beide gesprekken stonden voor mij in het teken om meer te weten te komen over de manier van leren van het hoogbegaafde kind. Daarnaast wilde ik handvatten krijgen om zo goed mogelijk aan te kunnen sluiten bij de leerbehoefte en -honger van deze kinderen. Ik wil in de klas ruimte scheppen voor de meervoudige intelligenties van de kinderen, maar ook ontspanningsmomenten om de leerstof te kunnen verwerken.
Mijn leervraag n.a.v. deze gesprekken was: Hoe kan ik straks nog beter bij mijn doelgroep aansluiten? Wat is er nog meer nodig om les te kunnen geven aan HB leerlingen? Welke kennis kan ik nog verbreden om straks nog beter aan te kunnen sluiten bij deze leerlingen? Hoe kan ik voldoende ruimte geven aan hun autonome manier van zijn en draag ik bij aan een competent gevoel in de klas? Deze vragen hebben ertoe geleid dat ik bovenstaand boek in de vakantie heb gelezen.
Ik merkte tijdens het lezen dat ik onbewust al veel aspecten toe pas tijdens het lesgeven. Mede door de eerder opgedane kennis tijdens opleidingen over beelddenkers, het opvoeden van onze HB-dochter en mijn eigen manier van leren. Echter blijven er altijd leerpunten over.
Wat voor mij erg prettig was om te lezen, was het hoofdstuk waarin de opbouw voor een goede verrijkingsles uiteen werd gezet. Regelmatig wordt er gezegd: ‘(Hoog)begaafde kinderen hebben behoefte aan verrijking.
Dat is nodig om te werken aan de metacognitieve vaardigheden en draagt bij aan het welbevinden van deze kinderen.’ Maar…….:”Hoe ziet een goede verrijkingsles eruit?”
In dit boek werden verschillende factoren uiteengezet die medebepalend (kunnen) zijn bij het lesgeven aan (hoog)begaafde kinderen.
- Sternberg noemt 3 manieren van intelligent gedrag: het analytische, het creatieve en het praktische vermogen.
- Bloom heeft het over zes manieren van denken waarbij onderscheid wordt gemaakt in manieren van denken. Te weten ‘lagere orde’- denken (kennis – begrip – toepassing) en ‘hogere orde’ denken (analyse – synthese/ creativiteit – evaluatie).
- Louis Thustone (1938) 7 cognitieve vermogens om te kunnen presteren:– taalbegrip – taalvaardigheid – rekenkunde – verwerkingssnelheid – inductief redeneren – ruimtelijk denken – geheugen
- Howard Gardner (1983) heeft het meervoudige intelligentie model ontworpen waarbij hij de 6 verschillende manieren van denken benoemd, waarbij een kind te maken heeft (taal – muziek – lichaam/ beweging – ruimtelijk inzicht – logisch mathematisch – persoonlijke intelligentie (interactie met jezelf en andere) en nieuwe intelligenties: biologisch – classificeren en ordenen – ethisch)
- Franz Mönks à drie ringen van Renzulli in een driehoek die de omgeving beschrijft waarin talent zich ontwikkelt.

Een ding werd in ieder geval duidelijk. Hoogbegaafden leren niet alleen meer en sneller, maar ook kwalitatief anders. Ze denken in structuren, leggen verbanden en voelen intense gedrevenheid. De aanpak van het leren moet meer gefocust liggen op het (denk-) proces en minder op het uiteindelijke resultaat. Daarnaast moeten leerlingen ook inzicht krijgen in hun leerstijlen/ intelligenties.
Maar hoe ziet een goede verrijkingsles er dan uit? Waar moet je als leerkracht op letten? Hoe kun je als leerkracht tegemoetkomen aan de leerbehoefte van een hoogbegaafde leerling?
Dat heb ik n.a.v. bovenstaand genoemd boek uiteengezet in een poster.

Tijdens het gehele leerproces moet ook de leerkracht kunnen observeren, inschatten, evalueren en benoemen, overdragen, coachen, zelfreflecteren, beoordelen en communiceren.
Daarnaast draag je als leerkracht enthousiasme over op de leerlingen. Voor het vak, voor de inhoud, voor hun harde werk, de sfeer in de groep en de samenwerking.
Voor een ieder die deze blog leest:
HEEL VEEL PLEZIER MET LEGEVEN AAN DEZE FANTASTISCHE DOELGROEP!
